Een sprongetje van blijdschap

#tweelingzusEen foto uit het album van mijn ouders. Ik ben er op te zien met mijn oudere broers en zus, en vooral ben ik er op te zien met mijn eeneiige tweelingzus, Janneke.  Janneke staat links van me, dat weet ik omdat ze ietsjes steviger gebouwd was dan ik. Tot aan haar dood in 1956, dat jaar zouden we voor het eerst naar de kleuterschool gaan, waren we onafscheidelijk. Wij wisten nog van geen ik. Al voor de geboorte voelden wij ons wij. Ik kwam tien minuten na Janneke op de wereld.
‘Altijd waren jullie bij elkaar, de een deed nooit iets zonder de ander,’ vertelden mijn ouders me ieder jaar op onze geboortedag.

Veel herinneringen heb ik niet aan mijn tweelingzusje en de herinneringen die ik heb zijn herinneringen waarin het lijkt alsof we een zijn. We liepen door een veld van boterbloemen,  sprongen over waterplassen en over uitgedroogde koeienvlaaien. We hingen over een baal stro en hielden onze handen voor de lippen van een pasgeboren kalf. We giechelden, omdat het gezuig aan onze vinger een rare kriebel gaf in onze buiken. Ook herinner ik me dat we ’s morgens wang tegen wang gedrukt wakker werden en elkaar hielden omstrengeld.

Dat onze tweelingband uniek was en is verankerd in mijn aller-vroegste ervaringen, constateerde ik afgelopen winter nogmaals. Ik was deze website aan het bouwen en wilde het deel van de foto waarop we elkaar stevig vasthouden op de homepagina plaatsen. Maar gaandeweg realiseerde ik me dat de afbeelding niet de lading dekt van de sitetitel Verder leven zonder tweelinghelft, hoe moet dat? Janneke leeft al ruim zestig jaar niet meer.

Met de foto uit het familiealbum ging ik naar een fotozaak. Ik vroeg de fotograaf de foto zo te bewerken dat mijn tweelingzus als een silhouet naast me zou staan. Twee weken later zat ik in zijn studio. Voor een computerscherm, een stuk groter dan het scherm bij mij thuis, bekeek ik deze door hem bewerkte foto. tweelingzusEr ging een schok door me heen. Ze verbeeldde precies wat ik als het gemis van mijn tweelinghelft met me had meegedragen; een schaduwbeeld. Ik zoog het beeld als het ware in me op. Dat merkte ik toen de fotograaf vroeg wanneer en waaraan mijn tweelingzusje was overleden.
Met opnieuw het gevoel alsof het pas gisteren was gebeurd antwoordde ik dat Janneke acute leukemie kreeg en in allerijl naar het ziekenhuis werd gebracht een jaar nadat deze foto was gemaakt. Dat we elkaar sinds die dag niet meer hebben gezien.

Toen vertelde de fotograaf met bewogen stem over een spoedopdracht lang geleden. De spoedopdracht kwam van ouders van een pasgeboren tweeling. Een van de baby’s was tijdens de geboorte overleden. Nog diezelfde dag wilden de ouders een reeks foto’s van de tweeling laten maken. Met uiterste zorg werd de overleden baby op een aankleedkussen gelegd. Zodra de tweelinghelft ernaast werd gelegd, gebeurde er iets wat de fotograaf niet voor mogelijk hield. De levende tweelinghelft draaide zich een kwartslag om en reikte met de handjes naar de overleden tweelinghelft. Alsof de baby zich wilde verstrengelen met de wederhelft. Dit aangrijpende beeld had nog lang op zijn netvlies gestaan.
‘Ik geloof het meteen,’ zei ik. ‘Het wij-gevoel is allang voor de geboorte in de moederschoot aanwezig.’

Lone Twin van Anna van der Wee (fragment uit Zomergasten) #tweelingverlies
Fragment Lone Twin zien? Klik op foto

Weer thuis voor mijn computerscherm dacht ik aan deze foto van een gezonde tweeling, genomen op het moment dat de baby’s direct na hun geboorten opnieuw met elkaar werden verenigd. Ook deze fotograaf zag iets ongelooflijks.
‘Onmiddellijk raakten ze verstrengeld in elkaar, als in een welbekende houding, als op een ongekende plek,’ zegt David Teplica in de documentaire Lone Twin van Anna van der Wee.

In dit fragment uit de documentaire dat gaat over tweelingverlies vertelt David Teplica, chirurg en onderzoeker, dat hij bijna tweehonderd tweelingstellen fotografeerde voor hij ze wetenschappelijk bestudeerde. Over de onmiddellijke verstrengeling bij de pasgeboren tweeling zegt hij onder meer: ‘Het is een soort relatie die onder geen enkele vorm bestaat in de wereld. Het is helemaal uniek. Negen maanden lang in dezelfde baarmoeder, elkaar vasthoudend en knuffelend. Er is een heuse interactie tussen die tweelingen. Voor de rest van de wereld lijkt het op twee volwassenen die elkaar omarmen en vasthouden. Wij laten dat buiten beschouwing en zeggen dat het niets betekent, want die lui waren nog niet geboren. Maar in werkelijkheid is hun relatie gevormd in de baarmoeder. Tijdens de geboorte, want door het geboortekanaal kan er slechts een per keer, worden ze op een pijnlijke manier uit elkaar getrokken. Die baby’s huilden en schreeuwden vooraleer ze opnieuw samen waren. En plots gaat alles weer goed.’

Wat de fotografen door hun camera’s zagen gebeuren, herinnert mij aan de keren dat ik als kind bij het wakker worden in de leegte naast me greep. En ook herinnert het mij aan latere momenten in mijn leven. Wanneer ik door een winkelstraat liep en onverwacht mijn spiegelbeeld zag in een etalageruit. Steeds maakte ik dan een sprongetje van blijdschap.

Ria Knijnenburg

Op dit blog deel ik mijn inzichten en ervaringen op het gebied van (de gevolgen van) tweelingverlies.
Ik debuteerde met het boek MaaikeMij en publiceerde verhalen, columns en gastblogs. Daarnaast deed ik journalistiek werk en gaf gastlezingen over de zorg.

12 Replies to “Een sprongetje van blijdschap”

  1. Ik snap en voel helemaal wat jij bedoelt en voelt Ria. Ik denk dat jullie band sterker is als die je hebt met je vader en moeder. Met hen hem je een bloedsband met Janneke iets met energie.Ik kan het moeilijk onder woorden brengen, maar jij samen met Janneke is een, is wij. Als je dan geboren wordt begint t al met een verscheuring van jullie beiden. Dat voelt als alleen zijn. Maar jullie energie is dezelfde. Ik geloof niet dat jullie gescheiden zijn. Fysiek wel, maar energie gaat niet verloren door de dood. Succes nog met deze weg.

  2. En gelukkig ben je inmiddels zoveel meer dan ‘de helft’. Het is een proces van heelwording, maar het is voor mij een open vraag of dit voor een achtergebleven tweelingkind ooit helemaal mogelijk zal zijn.
    Ria, ik ben blij dat je hierover schrijft, het is nog zo onderbelicht…

  3. Ja inderdaad
    Ik ben geen ik
    Ik praat altijd over wij
    Ons

    En 30 jaar later toen ik mijn tweeling mee naar huis kreeg uit het ziekenhuis, waar ze apart van elkaar gelegen hadden en ze alleen met een luier aan bij elkaar legde,
    Verstrengelde zij zich weer zoals ze maanden in mijn buik gezeten hadden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *