Surfplezier

uit het leven van een alleenstaande werkende moeder

Mijn zoon van tien kreeg een surfplank. Van zijn vader. De lange plank paste precies onder de carport. Mijn Renault 5 kon er nog net naast staan. Zonder mij te vragen had zijn vader ook de imperiaal achtergelaten. Nu was het enkel nog wachten op mooi weer in mijn ouderweekend.

Ik beloofde mijn zoon dat we naar hetzelfde natuurgebied gingen waar we op doordeweekse avonden rustig konden zwemmen. Als er duikers van de brandweer oefenden, werd er vast ook gesurft. En natuurlijk mocht het vriendje van mijn zoon ook mee.

Op een zondag in augustus was het zover. Drieëndertig graden. Maar hoe de surfplank op mijn wagen te krijgen? De handen van de jongens reikten niet tot aan het autodak dus konden ze me niet helpen. Twee buurmannen kwamen er graag voor uit de zon. Na de imperiaal te hebben vastgedraaid, gingen ze met lange touwen aan de slag.

We konden vertrekken. Ik schakelde in de achteruit. Maar zodra ik de surfplank als een wipwap boven me zag hangen voelde ik me als op de hoogste duikplank in een zwembad.
Hoe krijg ik de auto de carport uitgedraaid? Zonder die plank ging het al ooit mis.

En twintig kilometer rijden met dat gevaarte op mijn dak veranderde ineens als een zware verantwoordelijkheid. Een vooruitzicht dat zeker met andermans kind op de achterbank weinig aanlokkelijk was.

Ik keek in mijn achteruitkijkspiegeltje. Met de armen over elkaar zaten de jongens naast elkaar. Zo kende ik ze niet. Zal ik vragen of een van de buurmannen voor me wil rijden? Maar die zitten aan het bier, en ik ruik ook al een barbecue. De hitte steeg.

‘Mam. Wanneer rijd je nou aan? We gaan toch zeker wel?”
‘Ik durf niet,’ zei ik met een wat huilerige stem.
Ik kreeg geen antwoord. Ik gaf de boys groot gelijk.
‘We gaan toch zeker gewoon zwemmen,’ zei ik in de hoop dat ik ze met een troostprijs tevreden kon stellen.

Mijn buurmannen vonden het helemaal niet erg me weer te mogen helpen. Het aftouwen was toch moeilijker dan ik had gedacht.
‘Zullen we de imperiaal er ook weer afhalen?’ Een van de buurmannen keek me olijk aan. Hij was het die een paar keer over de schutting had geroepen dat hij de afwas ging doen. Dan vroeg hij of hij mijn auto ook op zijn aanrecht mocht zetten.

Met stilte op de achterbank gingen we op weg. Wie van ons drieën heeft ervaring met surfen? Ik niet. De jongens kennen het alleen van tv. Hun wildwaterverhalen hadden mij zeker ook aangestoken.
Het waaide harder dan onder mijn carport. Ik voelde het aan mijn stuur. Toch maar goed dat ik de surfplank had thuisgelaten.

We arriveerden. In verweerde koeienletters stond boven de ingang: Verboden te surfen.

(Gepubliceerd in Jubileumuitgave Boekhandel Berkers, Asten 2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *